Maand: februari 2015

Aandacht krijgen (en niet vragen, uitlokken, of afdwingen)

Een paar weken terug heb ik de workshop Contact & Co gevolgd van Geertje Schijf. Een absolute aanrader voor mensen wier hond in bepaalde gevallen teveel gefocust is op {iets willekeurigs buiten}, en dan niet meer bereikbaar is voor de eigenaar. Bijvoorbeeld bij te grote opwinding bij het zien van andere honden, het najagen van auto’s, overmatig blaffen tijdens behendigheidswedstrijden of constant afgeleid zijn in drukke situaties (dit waren enkele redenen van mijn medecursisten die dag). Ik ging er heen vanuit pure interesse, én omdat Darwin (mijn Aussie van 14 maanden) uit frustratie omdat hij er niet naartoe kan aan de lijn kan uitvallen naar andere honden. Gelukkig niet met ‘gewoon’ uitlaten, maar wel als er meer opwinding in het spel is zoals met hardlopen of in het bos.

Eerst hadden we een gedeelte theorie. Klinkt misschien saai, maar was het absoluut niet, wat kon zij dat ontzettend leuk brengen! Wat een beetje humor en leuke voorbeelden wel niet uitmaken als je mensen wat wilt leren… Vervolgens begonnen de praktijkoefeningen. Eerst een lesje lichaamstaal kijken, hoe zie je bijvoorbeeld het verschil tussen ‘echt’ snuffelen en ‘ik-kan-het-even-niet-meer-aan’ snuffelen (intens snuffelen op dezelfde plek vs luchtiger snuffelen en ondertussen rondkijken).

Daarna kwamen de aandachtsoefeningen; hond belonen voor aandacht geven en wandelen met aandacht. Uitgangspunt bij beide oefeningen is dat de hond uit zichzelf contact maakt (en je dat beloont), zonder dat jij aandacht vraagt. Maar waarom zou je wachten tot hij uit zichzelf contact maakt terwijl je hem ook kan roepen? Als je altijd de aandacht van je hond moet vragen bij afleidingen kan het voorkomen dat jij zelf een keer een afleiding mist, en de hond toch (op een ongewenste manier?) reageert. Wanneer je de hond leert contact met jou te maken wanneer hij een afleiding waarneemt, zal hij dus ook contact met jou zoeken als jij die afleiding over het hoofd ziet. Het voorbeeld uit mijn workshop: Je loopt op straat en er zit ergens een kat die jij niet hebt gezien. De hond die alleen geleerd heeft aandacht aan de baas te geven wanneer zijn naam wordt geroepen kan besluiten op de kat af te springen. Waarna je als eigenaar overrompeld staat te kijken, want jij had die kat immers gemist. De andere hond merkt de kat op, en kijkt vervolgens naar zijn eigenaar ‘Hé, hé, zie jij die kat ook! Moet ik daar wat mee?’. Als eigenaar denk je dan ‘Geen flauw idee wat jij denkt te zien, maar WAT GOED DAT JE CONTACT MAAKT!’ en beloont de hond enthousiast.

En nu denk je misschien, hartstikke leuk die oefeningetjes, maar hoe helpt ‘wandelen met aandacht’ in een omgeving met relatief weinig prikkels met het oplossen van het probleemgedrag dat in het begin werd genoemd? Eigenlijk is dat heel simpel. Als je een kind leert rekenen begin je niet meteen met machten en wortels, maar met kleine optelsommetjes. Zo werkt dat ook bij honden. Ik ga met Darwin dus niet meteen hardlopen langs een groep spelende honden en dan verwachten dat hij contact met mij maakt (want dat gebeurt dus echt niet!), maar ik begin bij het begin. Dat betekent gewoon in de wijk wandelen en andere plekken met aangelijnde honden opzoeken, en dan terwijl we nog op ruime afstand staan belonen als hij contact met mij maakt i.p.v. naar de hond te staren. Ook al zou het in deze situatie goed gaan, ik wil dat hij leert dat aan de lijn lopen betekent dat hij contact met mij zoekt en niet met de andere hond. Pas als dat op steeds kleinere afstand goed gaat, kunnen we de moeilijkheidsgraad gaan verhogen. Zorgen voor opwinding door te gaan hardlopen of Darwin een klein beetje op te jutten met een speeltje, of juist door middel van een andere hond door die te laten spelen of rennen.

In ieder geval heb ik na de workshop weer hernieuwde motivatie en handvatten om met Darwin te werken aan het verbreken van zijn focus op andere honden. Sinds we hier weer vrij intensief mee bezig zijn zie ik al flinke vooruitgang in zowel het krijgen van zijn aandacht in drukkere situaties zonder honden (zoals de markt) en in het krijgen van aandacht als we een andere hond zien. Het is voor hem nog steeds lastig om zijn blik ‘los te maken’ van een hond, maar zodra dat eenmaal lukt focust hij zich niet weer opnieuw zo intens. Van de week liepen we zelfs enige tijd op 10 meter afstand achter een klein hondje aan dat naar een losloopstukje gebracht werd. Daar ging het vervolgens uitdagend langs het hek op rennen, maar de lijn van Darwin heeft geen moment strak gestaan en hij heeft zich niet overmatig op de hond gefocust. Ha, de aanhouder wint!

Tijdens de cursus moesten we ook bepalen welke doelen we wilden gaan bereiken, mijn doelen met Darwin zal ik ook nog even delen.

Korte Termijn

Aangelijnd op minimaal 3 meter langs zich rustig gedragende honden kunnen lopen terwijl de lijn ontspannen blijft en hij meer contact met mij heeft dan zich op de andere hond focust.

Middellange Termijn

Vlak langs rustige honden kunnen lopen met ontspannen lijn en hoofdzakelijk aandacht voor mij, ook in het bos. Op ruime afstand (+- 10 meter) drukke honden kunnen negeren en met ontspannen lijn meelopen, en tijdens hardlopen het houden van een ontspannen lijn als de afstand tot de andere hond minstens 4 meter is.

Lange Termijn

In iedere situatie met ontspannen lijn en voornamelijk aandacht voor mij meelopen, ongeacht hoe gek andere honden of mensen doen.

Advertenties

De Perfecte Hond?

Als je aan een willekeurig persoon op straat vraagt hoe een normale hond zich gedraagt krijg je waarschijnlijk iets te horen als ‘lief voor mensen en andere dieren, blaft weinig, loopt vrolijk en netjes met de eigenaren mee, rent niet weg ergens achteraan, is niet bang voor dingen, etc.’. Kort gezegd, men omschrijft een perfecte hond die 100% voldoet aan alle verwachtingen die we als maatschappij aan onze honden stellen. Maar hoe realistisch is het om te denken dat een ‘normale’ hond aan al die eisen voldoet? Als alleen de honden die aan dat profiel voldoen normaal zijn, denk ik dat we er in Nederland weinig normale honden op na houden.

Als niet-hondenbezitter is iemand misschien inderdaad snel geneigd te denken dat de gemiddelde hond probleemloos is, want de meeste honden kan je zonder problemen langslopen en zelfs aanhalen. En mocht er eens eentje niet vriendelijk reageren, dan wordt die gewoon afgedaan als ‘niet normaal’. Ik denk dat de meeste hondeneigenaren wat dat betreft al realistischer zijn, oftewel omdat hun eigen hond niet aan dat profiel voldoet, oftewel omdat ze regelmatig honden tegenkomen die daar niet aan voldoen.

Gezien mijn interesse in probleemgedrag van huisdieren, en dan voornamelijk honden, had ik al het idee dat een erg hoog percentage honden niet volledig past in het profiel van die ‘perfecte’ hond. Nu ik enige tijd met veel honden werk, is dat alleen maar bevestigd. Iedere hond heeft zijn/haar eigen gebruiksaanwijzing! Natuurlijk is die bij de ene hond aanzienlijk langer dan bij de andere, maar eigenlijk is er bij iedere hond wel een ‘maar’ te vinden.

Hij/zij is ontzettend lief, maar

  • trekt aan de lijn
  • valt (aan de lijn) soms uit naar andere honden
  • is bang van (harde) knallen, en wil dan alleen nog maar naar huis
  • kan niet goed alleen thuis blijven
  • is bang voor vreemde mensen (of die met een muts, opvallend haar, raar loopje, etc.)
  • valt uit naar vreemde mensen (vaak gerelateerd aan angst, maar dit uit zich op een andere manier)
  • blaft veel
  • rent achter hardlopers/fietsers/auto’s/katten aan
  • heeft voernijd
  • luistert niet
  • is te druk/enthousiast (altijd, of bij binnenkomst bezoek, etc.)
  • en ga zo maar door…

Zijn al deze honden nu abnormaal? Want in dat geval kom ik blijkbaar alleen maar abnormale honden tegen!

Moraal van dit verhaal: De gemiddelde hond in Nederland voldoet niet volledig aan alle eisen die we aan hem stellen. Maakt dit al deze honden tot minder geschikte huisgenoten? Zeker niet! De meeste van bovenstaande problemen zijn er uit te trainen met voldoende tijd en geduld, en wanneer ze in geringe mate aanwezig zijn valt er prima mee te leven. Bijvoorbeeld, mijn eigen hond vindt het niet prettig als vreemden contact met hem ‘afdwingen’ (aanstaren, recht op hem af lopen en hand uitsteken). Vind ik dat heel erg? Nee. Mij moet je als vreemde ook niet zomaar op straat proberen te omhelzen, grote kans dat ook ik daar niet van gediend ben. Als onbekende kan je Darwin prima aanhalen, maar wel in ZIJN tempo. En vertrouwt hij je niet, dan heb je mooi pech! Volgende keer beter 🙂

Oh ja, voor de duidelijkheid, die ‘perfecte’ honden bestaan zeker wel, en zijn het resultaat van een stabiel karakter, gecombineerd met een bij die hond passende opvoeding en training. En even belangrijk, zonder traumatische ervaringen! Want zelfs de meest perfecte hond kan door slechte ervaringen opeens toch bang of agressief worden…

Darwin

Lees verder